Kengetallen

Het opnemen van financiële kengetallen in de begroting en de jaarstukken past in het streven naar meer transparantie. Ook geven de kengetallen meer inzicht in de ontwikkeling van de financiële positie en de baten en lasten van de gemeente. Het biedt de mogelijkheid om normen te stellen, net als bij de beoordeling van het weerstandsvermogen gebeurt. We relateren de normering zoveel mogelijk aan normen die door de VNG zijn voorgesteld.

In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is bepaald dat gemeenten vijf financiële kengetallen moeten opnemen in de begroting en de jaarstukken.

Kengetallen

Rekening 2019

Begroting 2020

Rekening 2020

GTK-richtlijn

Netto schuldquote

97,3%

104,8%

84,2%

< 90% = minst risicovol

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen

96,9%

104,2%

83,9%

< 90% = minst risicovol

Solvabiliteitsratio

17,1%

15,2%

17,6%

< 20% = meest risicovol

Grondexploitatie

7,0%

7,0%

5,6%

< 20% = minst risicovol

Structurele exploitatieruimte

8,7%

> 0%

6,2%

> 0,0% = minst risicovol

Belastingcapaciteit

136,5%

144,5%

133,9%

> 105% = meest risicovol

Toelichting

Netto schuldquote

De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen in de begroting. Hoge schulden brengen hoge rentelasten met zich mee. De rentelasten hebben effect op de flexibiliteit van de begroting en mogen niet een te groot deel van de begroting worden. De netto schuldquote wordt berekend door de netto schuld conform BBV te delen door de totale baten (exclusief mutaties reserves). Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote weergegeven zonder en met correctie voor verstrekte leningen. De rentelasten en aflossingen van de schulden die hier tegen overstaan, drukken niet op de exploitatie. Een laag percentage is gunstig. Het GTK van de provincie Zuid-Holland adviseert om 130% als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen.

De VNG geeft aan dat er bij een schuldquote van 130% sprake is van een hoge schuld. De VNG geeft hierbij wel aan dat de hoogte van de rente van invloed is op de betaalbaarheid van de schuld. Bij een zeer lage rentestand zoals nu zijn de schuldverplichtingen die uit de schuld volgen veel lager.

In de begroting 2020 was een netto schuldquote van 104,8 per 31-12-2020 voorzien; de werkelijke schuldquote bedraagt per die datum 84,2. De afwijking wordt veroorzaakt door enerzijds een lagere netto schuld dan begroot (€ 28 miljoen) en anderzijds door hogere gerealiseerde baten dan begroot (€ 26 miljoen). Deze beide effecten versterken elkaar in de berekening van de schuldquote en leiden tot de forse daling van de netto schuldquote in 2020.

Een hoge netto schuldquote moet niet alleen uit financieel perspectief worden bezien. Een schuldpositie is immers geen gevolg van onjuiste financiële keuzes, maar is een gevolg van een door de gemeente(raad) gewenst uitvoerings-, omgevings- en investeringsniveau in combinatie met het niet voor handen zijn van eigen financieringsmiddelen. Belangrijk is dat de rentelasten structureel in de begroting zijn gedekt.

Netto schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

Hierbij is de netto schuld verminderd met aan derden verstrekte leningen. Een hoge schuld kan worden veroorzaakt doordat er leningen zijn afgesloten en die gelden vervolgens worden doorgeleend aan derden, die op hun beurt weer jaarlijks aflossen. In dat geval hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn. Deze correctie vindt plaats door de netto schuld te verminderen met verstrekte leningen aan derden.

Solvabiliteitsratio

Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. De VNG hanteert als richtlijn een minimum omvang van 20% als norm. Indien er sprake is van een forse schuld én veel eigen vermogen, hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn. Ten opzichte van 2019 valt het percentage van de solvabiliteit iets hoger uit, omdat het eigen vermogen in 2020 is toegenomen met het jaarresultaat. De eindstand van het eigen vermogen is met €77 miljoen relatief hoog. De uitkomst van circa 17,6% kan daarom als redelijk worden ervaren.

Grondexploitatie

Grondexploitaties kunnen een forse impact kan hebben op de financiële positie van een gemeente. De boekwaarde van de voorraden grond is dan ook van groot belang, omdat deze waarde bij de verkoop moet worden terugverdiend.

Voor de berekening van dit kengetal wordt de balanswaarde (= boekwaarde grondexploitaties gecorrigeerd met de voorzieningen grondexploitaties) van de bouwgrond in exploitatie (onderhanden werken) gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage. Hoe hoger het kengetal hoe hoger het risico voor de exploitatie indien het terugverdienen onverhoopt niet geheel lukt. De VNG adviseert dat maximaal 20% een acceptabele omvang van dit kengetal is. De accountant zal jaarlijks moeten beoordelen in hoeverre de boekwaarde van de bouwgronden in exploitatie kan worden terugverdiend.

De boekwaarde van de bouwgronden in exploitatie is ook van invloed op beide schuldquotes en op de solvabiliteitsratio, omdat de bouwgronden zijn gefinancierd met vreemd vermogen. De boekwaarde (exclusief voorziening) van de bouwgronden in exploitatie bedraagt € 19,4 miljoen.

Structurele exploitatieruimte

De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoeging aan reserves te delen door de totale baten en uit te drukken in een percentage. Een positief percentage betekent dat incidentele lasten deels uit structurele middelen worden gedekt, dat wil zeggen dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van een lening) te dekken. Een negatief percentage betekent dat structurele lasten deels uit incidentele baten worden gedekt. Ons positief percentage laat zien dat de structurele lasten volledig en incidentele lasten deels worden gedekt door structurele baten.

Belastingcapaciteit

De belastingcapaciteit wordt berekend door de totale woonlasten (bestaande uit de afvalstoffen- en rioolheffing van een meerpersoonshuishouden en de OZB met een gemiddelde WOZ-waarde) te vergelijken met het landelijk gemiddelde van het voorgaande jaar en uit te drukken in een percentage. Dit gebeurt op begrotingsbasis. Een belastingcapaciteit van 100% betekent dat de woonlasten op het landelijk gemiddelde liggen. Zoals uit bovenstaande tabel blijkt zitten wij boven het landelijk gemiddelde. Dit wordt met name door het tarief voor de rioolheffing veroorzaakt. Daar staat wel tegenover dat de OZB-woningen relatief laag is. Zie hiervoor ook de paragraaf lokale heffingen.

Conclusie

De kengetallen laten een gemengd beeld zien. Of een gemeente een hoge schuld heeft, is voor een deel af te leiden uit de hoogte van de schuldpositie (zie daarvoor paragraaf 4.4.6.). Aanvullende signalen zijn er als één van de kengetallen, de nettoschuldquote of de solvabiliteitsratio, volgens de GTK-richtlijn tot risicovol gekwalificeerd worden. De schuldpositie van Gouda is gedaald ten opzichte van 2019. Zo ook is het schuldenplafond lager dan in 2019. In de paragraaf financiering (4.4.6) is ook te zien dat de schuldquote vanaf 2014 een dalende trend heeft. De financiering van de grondpositie met vreemd vermogen maakt onderdeel uit van deze schuldpositie. Het uitgangspunt is overigens dat deze investeringen op termijn worden terugverdiend uit de verkoop van de gronden. Tevens is onze gemeentelijke portefeuille grondexploitaties beperkt, wat ook tot uitdrukking komt in het lage percentage.

De solvabiliteitsratio bedraagt daarentegen circa 18% en valt volgens de GTK-richtlijn in 'meest risicovol'. Ten opzichte van 2019 valt het percentage van de solvabiliteit wel iets hoger uit, omdat het eigen vermogen in 2019 is toegenomen met het jaarresultaat.

De structurele exploitatieruimte laat zien dat de structurele lasten (waaronder de lasten die samenhangen met de schuldenlast van de gemeente (rente en aflossing) in 2020 volledig gedekt worden door structurele baten. De woonlasten liggen boven het landelijke gemiddelde. Dit geldt niet voor de OZB-woningen, die relatief laag zijn. Aan de andere kant is de belastingcapaciteit risicovol.

Samenvattend kan gesteld worden dat de solvabiliteitsratio en de belastingcapaciteit risicovol zijn. Dit betekent dat de gemeente weinig ruimte heeft om grote tegenvallers op te vangen, zowel structureel als incidenteel. Het blijft dan van belang om deze ratio’s te monitoren en hierop te sturen gedurende het jaar 2021 en verder.